Microlepidoptera zijn in verhouding met macrolepidoptera moeilijker te determineren. U zult ontdekken, wanneer u de families wat beter kent, dat u dan ook beter in staat bent de algemenere en beter herkenbare soorten te identificeren. Desondanks blijven er altijd soorten waar ook de meer ervaren vlinderaar moeite mee heeft. Binnen een aantal families zijn er soortcomplexen waarbij het determineren vele dagen tot weken werk tijd in beslag neemt. Er zijn zeer veel verschillende complexen bekend, binnen grote families als de Gelechiidae (bekend zijn
Caryocolum en
Scrobipalpa), Elachistidae, Gracillariidae, Momphidae enzovoort. Nog kleinere soorten zoals Nepticulidae met een spanwijdte van amper een halve centimeter lijken bijna allemaal op elkaar.
Materiaal
Er is een aantal benodigdheden die men altijd zal aanbevelen als determinatiemateriaal voor bij het determineren. We gaan er vanuit dat u ook kleine soorten wilt determineren, maar in eerste instantie geen genitaalpreparaten zult maken. Bij deze methode komt namelijk veel meer kijken aan specialistische instrumenten en middelen.
- een goed werkende loep, een vouwloep of andere loep waarmee u bijvoorbeeld terplekke vraatgangen en rupsen kunt bekijken. Dit werkt ook nog goed bij grotere adulten.
- een binoculair, niet functioneel voor in het veld maar vooral handig wanneer u enkele vlinders heeft verzameld (en bijvoorbeeld op speld heeft staan).
- kleinere soorten kunt u op speld zetten, al dan niet opgezet, zo zijn zij beter te bekijken voor u en een eventuele kenner. Benodigdheden zijn bijvoorbeeld minutienaalden, gewone insectenspelden en polyporus (tegenwoordig van plastic, vroeger reepjes poriën van berkenzwammen).
- een pincet om vlinders en rupsen mee te keren, zonder deze al te veel te beschadigen.
- de benodigde literatuur. Vaak moeilijk verkrijgbaar en duur, maar ook losse publicaties kunnen informatie geven over bepaalde soortcomplexen. Belangrijke literatuur waarvan de informatie op soortniveau tamelijk in overeenstemming is met de Nederlandse situatie is de serie van
The Moths and Butterflies of Great Britain and Ireland. Enkele families worden hierin niet besproken, de Tortricidae, Choreutidae, Pterophoridae, Alucitidae, Crambidae en Pyralidae. Voor deze families is er literatuur verkrijgbaar, zoals
British Pyralid Moths (verouderd en enkele bekende Nederlandse soorten ontbreken),
Tortricidae Mitteleuropas of
Tortricidae of Europe en
Pterophoridae of Europe. Het nadeel bij deze literatuur blijft, dat u er scherp op moet zijn welke soorten wel of niet in Nederland voorkomen.
Fotodeterminaties
Vandaag de dag is het heel normaal om foto's te maken van vlinders, die kunnen dienen als bewijs- of vergelijkingsmateriaal. Tegenwoordig zijn er goedkope camera's op de markt die toch al redelijke opnames kunnen maken van vlinders en rupsen. Toch blijft de helft maar determineerbaar vanaf foto. Daar komt bij, dat niet elke ervaren vlinderaar in staat is vanaf foto te determineren. Er zijn dus minpunten.
Bijschriften van een foto zouden in ieder geval moeten bevatten:
- de vindplaats en datum
- eventuele biotoop
- afmeting in rusthouding en verdere bijzonderheden
Let op of een eventuele specifieke waardplant op de vangstlocatie aanwezig is.
U kunt ook vlinders tijdelijk onderbrengen in een vangpot met wat vochtig mos of plantenbladeren. In de tussentijd kunt u een kenner raadplegen voor de naamgeving, indien dit onmogelijk blijkt dan kunt u alsnog overwegen de vlinder te bewaren voor nader onderzoek.
Bij veel soorten blijven dus veel details slecht zichtbaar vanaf foto. Bij veel soorten is het vereist een blik te werpen op de ondervleugels, palpen, poten of nervatuur van de vleugels. Het is zowat onmogelijk om dit allemaal op beeld vast te leggen.