 |
| Adelidae |
 |
 |

Langsprietmotten of Adelidae is een groep van vijftig soorten in Europa, en negentien in Nederland. Deze familie werd voorheen ook vaak onder de Incurvariidae gevoegd.
Twee subfamilies: Adelinae en Nematopogoninae. De vlinders kenmerken zich door de opvallend lange voelsprieten, die bij de mannelijke exemplaren tot drie tot vier maal de lengte van de voorvleugel lang zijn. Vrouwelijke exemplaren hebben kortere en bredere voelsprieten. In het voorjaar (mei-juni) worden de soorten tijdens zonnige dagen overdag gezien, in een dansende vlucht rondom bloeiende nectarplanten. Nematopogon-soorten (Zeller, 1839) kenmerken zich door de grotere vleugels, vaak grijzig tot geel en met donkere vleugeladers. Adela (Latreille, 1796), Nemophora (Illiger & Hoffmannsegg, 1798) en Cauchas-soorten (Zeller, 1839) zijn meer glanzend, metaalachtig van kleur met een geel-rode weerschijn. Een uitzondering op de regel zijn Adela croesella (Scopoli, 1763) en Nemophora degeerella (Linnaeus, 1758) met hun bonte kleuren.
De meeste soorten van het genus Nematopogon en Adela hebben een sterke voorliefde voor bloeiende wilgenkatjes (Salix spp.) in het voorjaar, waar zowel mannelijke als vrouwelijk exemplaren in hoge aantallen te vinden zijn.
Bovenal geldt bij veel soorten dat een reeks soorten zeer lastig van elkaar zijn te onderscheiden. Waardplanten in het biotoop kunnen hierbij een rol spelen, enkele soorten Nemophora hebben blauwe knoop (Succisa pratensis) als waard- en nectarplant. De beharing van de kop in combinatie met palpkleur kunnen soms doorslaggevend zijn. De rupsen leven op de waardplanten voor een korte periode waarnaar zij zich naar de grond begeven en daar van verschillend bodemmateriaal een cocon vervaardigen waarin de verpopping plaatsvindt.
|
 |


Figuren
1. Nematopogon adansoniella (coll/foto: T. Muus).
2. Adela reaumurella (foto: B. Pijs). |

Adersysteem bij Adela.
|
|