 |
| Alucitidae |
 |
 |

De kleine familie Alucitidae of waaiermotten genoemd kent een aantal zeer gelijkene soort in Europa, met slechts twee vertegenwoordigers in Nederland. Alucita hexadactyla (Linnaeus, 1758) en A. grammodactyla (Zeller, 1841) zijn twee soorten die sterk op elkaar lijken, maar op gebied van de verspreiding sterk van elkaar afwijken. A. hexadactyla komt wijdverbreid over ons land voor en met name tussen oktober en mei wordt deze soort in dermate hoge aantallen gevonden. Aan te nemen is dat deze soort weinig eisen stelt aan habitat en daardoor ook zeer algemeen is. A. grammodactyla werd in de vorige eeuw enkele malen in het zuidelijk deel van Zuid-Limburg gevonden. Vermoed wordt dat de soort daar nog wel te vinden maar in dusdanige lage aantallen nog voorkomt dat de soort niet snel meer gezien wordt. In continentaal Europa zijn tot op heden 21 soorten bekend.
De vlinders zijn karakteristiek door de waaiervormige vleugels met bovenvleugels bestaande uit zeven vertakkingen of pennen, en zes in de ondervleugel. In rust worden de vleugels sterk uitgestrekt waardoor de vleugeltekening duidelijk te herkennen is. Bij verstoring worden de vleugels over elkaar heengevouwen. Het onderscheid tussen beide inheemse soorten is te maken door te kijken naar de grondkleur, bij A. grammodactyla is de grondkleur egaler en lijnen zijn benadrukt door een wittere randzone, eveneens is de donkere vlek bij de apex breder aanwezig.
Rupsen van deze zeldzame soort leven in de bloemen van duifkruid (Scabiosa columbaria) die beperkt voorkomt op de kalkgronden in Limburg. A. hexadactyla plant zicht voort op kamperfoelie (Lonicera) waarbij de rupsen zowel in de bloemen als op ingerolde bladeren leven. Er zijn jaarlijks meerdere aansluitende generaties zijn waardoor de soort het hele jaar adult voorkomt en ook zodanig als adult overwintert.
|
 |

Figuren
1. Alucita hexadactyla (foto: B. Pijs). |
|
|