 |
| Bucculatricidae |
 |
 |

De familie Bucculatricidae kent uitsluitend kleine soorten mineerders (7-10 mm spanwijdte) met een enkel genus, Bucculatrix (Zeller, 1839). In Europa ca. vijfenvijftig soorten, in Nederland veertien soorten.
De kop van de vlinders kent een rijke beharing en forse oogkleppen bestaande uit beharing.
De proboscis is zeer kort.
De rupsen maken kleine gangmijnen aan de bladonderzijde vaak dicht tegen de hoofdnerf aan. Vaak is er een donkere zone rondom deze mijn aanwezig, en de mijnen worden nooit opvallend lang en daarbij beperken de gangen zich vooral tot het centrale deel van het blad. De soorten verpoppen in een langwerpige cocon tegen het blad aan, bij de meeste soorten is deze vrij bleek van kleur met aanwezige nervatuur.
|
 |

Figuren
1. Bucculatrix nigricomella (foto: team Micro- lepidoptera.nl / © Naturalis). |
|
|