
Elachistidae, ook wel grasmineermotten, is een familie die in Nederland op dit moment 43 soorten telt. Uit Europa zijn iets meer dan 240 soorten bekend. In ons land kennen we twee á drie genera. Elachista (Treitschke, 1833), Stephensia (Stainton 1858) en Cosmiotes (Clemens, 1860). Van dit laatste genus wordt de naam Elachista in de soortenlijst gebruikt, maar in feite zijn beide namen even bruikbaar.
Van het genus Stephensia kennen we binnen onze landsgrenzen uitsluitend S. brunnichella (Linnaeus, 1767).
De vlinders zijn soms wat variabel van tekening maar tegelijkertijd zijn er een aantal complexen die op basis van een foto niet gedetermineerd kunnen worden.
Bij determinatie dient men te letten op de glans over de voorvleugel, tekening, de spanwijdte en andere kenmerken als palpen, kopbeharing en sprieten. De gemiddelde vleugelspanwijdte van de familie ligt ongeveer op 5-13 mm.
De meeste Elachistidae zijn te vinden in de maanden eind april tot eind augustus begin september en vliegen doorgaans in een tot twee generaties. De vlinders zijn overdag gemakkelijk op te jagen of in de schemering te slepen uit de vegetatie. De meeste soorten komen tevens op licht.
De rupsen van de Elachistidae mineren op diverse grassoorten zoals Carex, Festuca, Poa en Scirpus. Veel soorten mineren in de bladpunten maar de mijnen kunnen ook wel vanuit de bladbasis beginnen. De mijn is doorgaans een smalle gang over de lengte van het blad, beginnend vanuit de bladpunt, waarbij het frass door de gehele gang ligt. Hoewel de meeste soorten op gras leven, zijn er ook enkele soorten die op andere planten leven, zoals kamperfoelie.
De Elachistidae zijn rupsoverwinteraars. De jonge rupsen overwinteren doorgaans in de bladpunten of diep onderin de plant in de bladbasis. De rupsen worden pas weer actief in de lente en starten doorgaans een nieuwe mijn, soms op een nieuw blad. Verpopping vindt plaatst in de mijn, of eruiten, waarbij de pop wordt afgedekt met en spinsel of wordt bevestigd met een gordel aan grasstengels of naburige planten.

Vleugeladersysteem bij Elachista.
|
 |

Figuren
1. Elachista maculicerusella
(foto: team Microlepidoptera.nl / © Naturalis). |
Gespecificeerde literatuur
Bland, K.P., 1996. Elachistidae. In: Emmet, A.M. (ed). The Moths and Butterflies of Great Britain and Ireland. Volume 3. Yponomeutidae to Elachistidae – 452 pp.; Colchester (Harley Books).: p. 339-410.
Traugott-Olsen, E. & Schmidt Nielsen, E., 1977. The Elachistidae (Lepidoptera) of Fennoscandia and Denmark. - Fauna entomologica scandinavica 6: 299 pp.
Steuer, H., 1973-1980. Beiträge zur Kenntnis der Elachistiden (Lepidoptera) 1-5. — Deutsche entomologische Zeitschrift.
Biesenbaum W, 1995. Die Lepidopterenfauna der Rheinlande und Westfalens. 4. Familie Elachistidae Bruand, 1850 - Unterfamilie Elachistinae Swinhoe & Cotes, 1889. pp 199. Arbeitsgemeinschaft rheinisch-westfälischer Lepidopterologen.
|
|