|
Een bijzonder kleine familie waarbij de vlinders zich kenmerken door verwikkingen aan de basis van de voelsprieten, de zogenaamde oogkleppen. De vlinders zijn klein, 9-12 mm, en vliegen met name in de schemering. De vleugels zijn tamelijk breed en lopen in een vlakke punt, met een heldere witte grondkleur. In Nederland zijn drie soorten bekend, het genus Opostega (Zeller, 1839) kent hier een enkele soort, O. salaciella (Treitschke, 1833), de algemeenste van de drie. Pseudopostega (Kozlov, 1985), P. auritella (Hübner, 1813) en P. crepusculella (Zeller, 1839). Deze laatste twee soorten bezitten een kleine zwarte vlek op de apex van de voorvleugel en P. auritella met een zwartere vlek tegen de ondervleugelrand, deze ontbreekt bij P. crepusculella. De rupsen zijn nauwelijks beschreven. Van enkele soorten is bekend dat zij al minerend leven op een selectie van enkele lage planten zoals beschreven is bij de soorten op deze website elders.
Gespecificeerde literatuur
Johansson, R., Nielsen, E.S., Nieukerken, E.J. van & Gustafsson, B., 1990. The Nepticulidae and Opostegidae (Lepidoptera) of North West Europe. Fauna entomologica Scandinavica 23 (1) pp. 413; 23(2) pp. 415-739.
Pelham-Clinton, E.C., 1983. Opostegidae. IN: Heath, J. (ed). The Moths and Butterflies of Great Britain and Ireland. Volume 1. Micropterigidae to Heliozelidae. - 344 pp.; Colchester (Harley Books).: p. 268-271.
|
|