 |
| Psychidae |
 |
 |

Is een grote en typische familie waarbij de rupsen leven in zakjes waardoor de naam zakdragers als Nederlandse familienaam is ontstaan. In Europa kent deze familie 260 soorten, op de nationale lijst staan vijfentwintig soorten, verdeeld onder vijf subfamilies. De adulten zijn bijzonder te noemen, naast een grote reeks soorten die zowel gevleugelde mannetjes (spanwijdte 10-50 mm) en ongevleugelde wijfjes kent, zijn er ook zowel gevleugelde mannetjes als vrouwtjes, en parthenogenese adulten. Echter kunnen deze vormen regionaal voorkomen, waar het genus Dahlica (Enderlein, 1912) in bergachtige gebieden in Midden-Europa zowel gevleugelde mannetjes als wijfjes kent, dat kan in tegenstelling zijn tot de pathenogenese vormen in Nederland. De vleugelloze, vrouwelijke exemplaren, bezitten over een zeergoed ontwikkelde legboor waarbij de eieren bijna altijd in de 'ouderlijke' zak wordt afgezet. De vlinders vliegen in de voorzomer, zowel overdag als in de schemering en komen zelden op licht.
De rupsen zijn wel kenmerkend, gezien hun aparte levenswijze in soms forse zakjes waarin plantendelen, zand en insectenresten worden verwerkt. Een aantal soorten zijn kannibalistisch, echter eten ze allemaal van een grote diversiteit aan planten, algen en plantendelen wat de omgeving biedt. De rupsen leven vanaf de zomer en overwinteren, waarnaar de volgroeide zakjes in het voorjaar te vinden zijn. Over de soorten is vrij weinig bekend, doordat specialisten er nooit over eens waren of de soort binnen micro- of macrolepidoptera zou behoren is de familie gelange tijd wat op de achtergrond gebleven.
|
 |


Figuren
1. Diplodoma laichartingella (foto: team Microlepidoptera.nl / © Naturalis).
2. Boven Proutia betulina en onder de 'sigaarvormige' Taleporia tubulosa (foto: T. Muus). |
|
|