 |
| Tischeriidae |
 |
 |

Een groep kleine mineerders die vlekmijnen veroorzaakt is de Tischeriidae, een familie met twaalf soorten in Europa, en zes soorten in Nederland. Het genus Tischeria (Zeller, 1839) kent in ons land uitsluitend soorten die leven op eik (Quercus) en tamme kastanje (Castanea sativa). Het andere genus binnen de familie is Coptotriche (Walsingham, 1890) of ook wel onder Emmetia (Leraut, 1993), met drie soorten inheems bekend. Dit geslacht leeft voornamelijk op verwanten van braamachtigen (Rubus) en roos (Rosa). De vlinders hebben lange en vrij rechte vleugels (7-9 mm), met rond de vleugelpunt een brede (vaak wat donkere) franje. De vlinders rusten met opgeheven kop en voelsprieten verborgen, een dergelijke houding vinden we terug bij de Gracillariidae.
De rupsen leven in aparte vlekmijnen op de waardplant, bij Tischeria vaak mooi golvend rond van vorm, bij Coptotriche doorgaans met een begingang en breed eindigend. De soorten overwinteren in de mijn. De rupsen zijn erg herkenbaar door de brede segmenten, een puntige, vlakke maar erg donkere kop. Het anale schild is eveneens zwart en dit is een belangrijk onderscheid om verwarring met bijvoorbeeld rupsen van Gracillariidae te voorkomen.
|
 |

Figuren
1. Coptotriche marginea (foto: T. Muus). |

Adersysteem bij Coptotriche.
|
|