Een van de meest tijdrovende maar zeer intrigerende elementen binnen de studie naar microlepidoptera is het kweken. Op elk ogenblik kunnen eieren of rupsen worden opgekweekt, op vele verschillende manieren.
Dit kweken vereist enige ervaring, want door een kweekomgeving zorgvuldig af te stemmen op de soort die u op dat moment wilt opkweken.
Door het kweken komt vaak nieuwe informatie aan het licht. Zo blijken sommige rupsen een heel ander gedrag te vertonen dan beschreven is naar aanleiding van eerdere kweekexperimenten. Onze kennis van soorten die leven in plantenwortels of op grassen is maar zeer gering.
Het determineren van rupsen is dan ook niet gemakkelijk, de determinatie kan worden bevestigd door kweek.
Basiselementen van het kweken
Het is belangrijk zorgvuldig te werken. Evaluaties en resultaten worden meestal gedurende de kweeksessie vastgelegd per datum. Men kan ook noteren wanneer de rups verpopt - en de vlinder uitsluipt. Hoofdzakelijk kan worden bijgehouden hoe de rups gedurende alle stadia eruit ziet, met een simpele schets.
Meestal is het goed om goed te letten op het gedrag van de soort, in samenhang met de omgeving, de waardplant(en) en soortgenoten.
Het is verstandig een kweekbak of pot afzonderlijk te wijden aan een bepaalde soort, zodat er geen onverwachte kannibalisme kan ontstaan. Realiseert u zich ook, dat ook niet te veel individuen van dezelfde soort in één bak worden ondergebracht. Dit kan leiden tot overbevolking met kannibalisme als gevolg. Soorten die in sociaal verband leven kunnen prima worden samengehouden, zoals Yponomeuta's en (Yponomeutidae) en Epermenia chaerophyrella (Epermeniidae).
De kweeksituatie zou zo nauw mogelijk afgestemd moeten worden
op de weerssituatie waarin de soort leeft. Te letten is op een redelijke vochtigheid, de temperatuur en eventuele verse lucht die de kweek zal bevorderen.
Ook is vaak een substraat noodzakelijk in de vorm van zachte aarde, potgrond of fijne houtsnippers. Dit zorgt voor de opslag van vocht en tegelijkertijd wordt de bodem gebruikt als verpoppingsplaats, zoals bij soorten Eriocrania en verwanten (Eriocraniidae).
Het kweekproces kan worden gevolgd in een grote bak van plastic, hoge pot of in een houten frame met fijn gaas. Het is ten zeerste aanbevolen om ergens een kleine opening te creëren en deze af te werken met gaas, zodat dit zorgt voor frisse lucht. Vermijd daarbij het gebruik van plakband waar rupsen aan kunnen blijven kleven.
De waardplant. Waardplanten dienen altijd voldoende aanwezig te zijn, vanzelfsprekend in een goede conditie. Rupsen die vrij op het blad leven horen om de één à twee dagen nieuwe planten toegedient te krijgen.
Deze planten kunnen in kleine potjes gezet worden, zoals plastic potjes van fotorolletjes, met daarin een kleine opening gemaakt. Deze kan het beste nog wat afgedicht worden met een deel van een tissue zodat rupsen niet in aanraking komen met het water.