Snel zoeken
 
  Introductie  
    Microlepidoptera
    Macrolepidoptera
  Kleine vlinders  
    Over de families
    Biologie
    Vijanden
    Morfologie
  Praktijk  
    Verwarringen
    Kweekmethoden
    Veldwerk
    Prepareren
    Determineren
    Waarnemen
    Beheer en behoud
Systematiek
    Taxonomie
    Phylogenie
    Afkortingen
    Nederlandse namen
 
Microlepidoptera.nl > Educatie > Microlepidoptera  
   
Microlepidoptera


Lepidoptera is de wetenschappelijke naam voor de vlinders. Het betekent "schubvleugeligen", de vleugels van vlinders zijn (soms gedeeltelijk) bedekt met schubben. De gebruikelijke indelingen in "dagvlinders" en "nachtvlinders", of in "macro's" en "micro's" zijn wat kunstmatig. De Lepidoptera worden verdeeld in vele families, van 67 daarvan komen vertegenwoordigers in Nederland voor. Van deze families worden er 6 tot de dagvlinders gerekend (alle leden van deze families vliegen alleen overdag). De overige 61 worden dus nachtvlinders genoemd, hoewel veel soorten uit deze families ook wel overdag of zelfs alleen overdag vliegen.

De indeling in micro's en macro's is nog kunstmatiger. Tot de macro's worden 24 families gerekend, inclusief de 6 dagvlinderfamilies, de overige 43 zijn dan micro's. Over het algemeen geldt dat de meeste leden van de macro-families wat groter zijn en die van de micro's wat kleiner. Maar er zijn van beide kanten uitzonderingen. Sommige spanners, uilen, visstaartjes en slakrupsen zijn erg klein, bijvoorbeeld de Eupithecia's (dwergspanners), Nycteola's (fraaie wilgenuil en variabele eikenuil) en Nola's (visstaartjes), en sommige micro's zijn behoorlijk groot, bijvoorbeeld Eurrhypara hortulata (bonte brandnetelroller) en Pleuroptya ruralis (netelmot). Het duidelijkst is het verschil in de stand van de voelsprieten in de rusthouding. De meeste macro's leggen hun voelsprieten in rust langs of onder hun voorvleugels. De meeste micro's klappen ze achterover, zodat ze bovenop de vleugels liggen. Dit verschijnsel komt vooral voor bij de Pyralidae, Crambidae en Tortricidae. In de meeste gevallen spelen ook de palpen een belangrijke rol, deze zijn meestal duidelijk aanwezig. Zij zijn soms sterk gekromd (Cosmopterigidae, Momphidae, Gelechiidae, Elachistidae e.a.), gekromd en nadrukkelijk zichtbaar (Oecophoridae) of zijn vooruit gericht (Crambidae).

Bevindingen

Het onderscheid tussen soorten is vooral gebaseerd op de volgende lichaamsdelen (uitwendig):

  1. Palpen: segmenten, vorm, beharing.
  2. Kop: kleur kopbeharing.
  3. Poten: kleur per segment.
  4. Voelsprieten: lengte, segmentbouw, kleur, wel of geen verdikking aan basis.
  5. Vleugels: vorm, franjekleur/tekening en aderstructuur van zowel voor- als achtervleugel.
  6. Genitaliën: vorm en structuur

Het determineren van micro's is vaak lastiger dan bij macro's. Sommige families zijn erg groot en hebben veel vertegenwoordigers die erg op elkaar lijken. Bij de soorten van het genus Coleophora en vertegenwoordigers binnen de Gelechiidae bijvoorbeeld is vergroot- en prepareermateriaal nodig om genitaalpreparaten te kunnen maken en een stereomicroscoop om de geslachtskenmerken te bekijken. De genitaliën zijn specifiek voor elke soort, en daarom is dit ook de sleutel tot het herkennen ervan. Overigens geldt dat bij veel soorten alleen onderzoek aan volwassen mannetjes mogelijk is.

Daarnaast is natuurlijk betrouwbare literatuur nodig.

 
Figuur 1. Het muntvlinderje (Pyrausta aurata), bontgekleurd en gemakkelijk te herkennen (foto: B. Pijs).

Belangrijke boekwerken in Nederland

In 1993 werd het boek De Kleine Vlinders uitgebracht. Met bijdragen van verschillende microlepidopterologen werd het een handig boekwerk met een schat aan basisinformatie. Alle gegevens van voor 1993 werden weergegeven in toelichtingen over de soorten, met fenogram en verspreidingskaartjes.

Na die tijd is er al weer veel veranderd. Er zijn veel voor Nederland nieuwe soorten ontdekt en van veel soorten zijn grote veranderingen in het verspreidingsgebied waargenomen.
En dan zijn er nog belangrijke werken als De Nederlandse Bladrollers, de series Tabellen en verspreidingsatlas van de Nederlandse Microlepidoptera en niet te vergeten de Jaarlijsten Microlepidoptera, die nog altijd elk jaar wordt gepubliceerd.

Nederlandse Entomologische Vereniging

Het onderzoek naar micro's begon al vroeg in de 19e eeuw. In ons land bestaat er op dit moment een sectie van de Nederlandse Entomologische Vereniging (kortweg N.E.V.), die zich specifiek richt op de microlepidoptera. De N.E.V. is een landelijke vereniging die stamt uit 1845. De micro-sectie, genaamd de sectie "Snellen" werd in 1981 opgericht en telt momenteel circa 40 leden. De naam stamt af van de heer Pieter T.C. Snellen (1833-1911) die in het eind van de 18e eeuw voor grote veranderingen zorgde binnen de vlinderwereld. Zo wist hij ongeveer 200 soorten aan de Nederlandse lijst toe te voegen, en ook werd er in die tijd veel gedaan aan de taxonomie van de soorten. Meerdere personen zorgden voor versterking: Heylaerts, Doets, Lycklama a Nijeholt, Bentinck, Diakonoff, Lempke, enzovoort. Twee maal per jaar geeft de sectie samen met de sectie Ter Haar voor de macronachtvlinders het blad Franje uit. Hierin komen allerlei wetenswaardigheden, ontdekkingen, ervaringen en interessante vangsten aan bod. Jaarlijks worden twee bijeenkomsten georganiseerd in Lexmond. Leden van de sectie uit het hele land komen hier bij elkaar en tonen schitterende presentaties met vooral veel foto's. Interessante vondsten met betrekking tot de faunistiek worden besproken.

Het nauwkeurig bestuderen van microscoop vereist de juiste literatuur, een microscoop, prepareermateriaal etc. Maar de N.E.V. biedt veel mogelijkheden. Wanneer men lid is van deze vereniging, is er de bibliotheek die veel literatuur biedt die als handleiding kan dienen bij het determineren van de aangetroffen exemplaren, en genoeg andere boeken die we rekenen tot de standaardliteratuur. Iedere enthousiaste vlinderaar zou ze graag in de boekenkast willen hebben.

Micro's bestuderen is soms een dure, maar een buitengewoon interessante hobby. We kunnen het iedereen aanbevelen!


 
    © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers