licht | smeer | kloppen | slepen | materialen e.a. | feromonen
We kennen in Europa zeer veel verschillende technieken om vlinders of rupsen te vinden.
Met zorgvuldig en soms intensief zoeken komt u al een heel eind.
Niet elke soort komt goed op licht of smeer, maar kan wel met andere methoden te vinden zijn. Op deze pagina worden verschillende technieken nader belicht.
Licht en energie
De bekendste methode om nachtvlinders te lokken is licht. Al vroeg in de 18e eeuw kende men dit middel al maar het resultaat zal ongetwijfeld niet zo denderend geweest zijn. Tegenwoordig is het goed mogelijk op een zomeravond honderd macrosoorten te halen, en een zestig tot tachtig tal micro's.
Het grote verschil tussen verleden en heden is de kwaliteit van de lampen. Vroeger was er nog geen sprake van een hogedruk kwiklamp zoals we die tegenwoordig kennen (in het Engels vapour lamps/bulbs).
In Nederland kennen we twee soorten gloeilampen die uitermate geschikt zijn voor het lokken van nachtvlinders, de zogenaamde ML en HPL lampen. De HPL lampen zijn doorgaans gevoelig voor de stroomsterkte en daarom is een transformator of voorschakelapparaat een must. Sterker nog, zonder dit zullen ze niet branden. Bij ML is dit gemakkelijker omdat deze zonder transformator op het netstroom aangesloten kan worden.
Beide lampen zijn in verschillende sterkten verkrijgbaar, tot een sterkte van tussen de 400 a 500 watt. Ook zijn deze lampen erg kwetsbaar voor regen.
Waar te inventariseren met licht?
Het inventariseren kan zowel in de tuin als in een ver natuurgebied. In sommige gevallen is het aantal soorten in de tuin zelfs nog hoger, wanneer u woont in een dorp met een vrij natuurlijke omgeving. Dit is met name te danken aan de grote diversiteit aan planten en bomen, zoals de vele aangeplante kruiden in tuinen, wegbermen of parken.
Tegenwoordig zijn er verschillende constructies om nachtvlinders te lokken, een bekend voorbeeld is de zogenaamde Skinner-trap. Sinds de jaren 80 vooral veel gebruikt in het Verenigd Koninkrijk.
Wanneer het de moeite niet waard lijkt om de hele nacht te blijven vangen, dan kunt u deze val in de tuin plaatsen in een hoek waar deze het meeste licht kan verzenden naar de omgeving. Wanneer de vlinders om de lamp cirkelen komen ze uiteindelijk onder de plaat met de lamp en belanden in een trechter. Onder deze trechter is een ruimte gevuld met eierdozen met als doel de vlinders te laten "verdwalen" en wegkruipen. Tegen de vroege ochtend worden de resultaten genoteerd.
Technieken van lichtopstellingen
U kunt gebruik maken van een aggregaat of generator. Deze apparaten zijn in allerlei vormen en maten verkrijgbaar, meestal met een maximale capaciteit van tussen de 800 a 1000 watt.
Ook kunt u werken met accu's, maar dit is vooral aanbevolen bij kleinere lichtvallen.
Uiteindelijk zijn er ook zeer veel verschillende mogelijkheden om een lichtconstructie op te zetten, bijvoorbeeld:
- Een lamp met een verticaal spannen laken, met een zogenaamd onderlaken om ook de vallende en laagvliegende soorten vlinders toonbaar te maken.
- Een vlak (horizontaal) gespannen laken over de grond of op de vegetatie met een klein plankje waarop de lamp is bevestigd. Deze lage lichtopstelling is vooral handig wanneer u op zoek bent naar kevers en laag vliegende soorten.
- Een ruime hoes van gaas, waarin de lamp is geplaatst. Hierbij is het licht van alle kanten goed zichtbaar.
Actieve microlepidopterologen beseffen dat niet alleen licht het middel is om de meeste soorten aan te treffen tijdens een inventarisatie. Doorgaans worden vooral de pyraliden, bladrollers en enkele gelechiiden goed toch licht aangetrokken, terwijl andere families waaronder de vedermotten en mineerders zich maar kort tot helemaal niet laten zien op het doek. Veel van deze soorten zijn schemeringsoorten die een voorkeur hebben voor ruige vegetaties in wegbermen, kruidenrijke velden of bosranden. Een veelgebruikte methode om ook deze soorten aan te treffen is slepen.

Figuur 1. Licht en laken, met rechts een paring van Elophila nymphaeata (foto's T. Muus).
Slepen
In de late middag of in de schemering kan slepen een handig medium zijn om vele laagvliegende micro's te vangen. Slepen is niets anders dan met een net laag door de vegetatie te slepen in een kalme zigzagbeweging. Doe dit niet te hard, anders zullen de micro's in uw net beschadigd raken. Regelmatig kijkt u of er al wat in het net zit. Er zijn speciale sleepnetten verkrijgbaar, lees verderop deze pagina meer hierover.
Smeren
Al in de jaren 1700 tot 1800 was smeer een veelgebruikt middel om vlinders te lokken. Wereldwijd wordt dit gebruikt, niet alleen voor nachtvlinders...ook voor dagvlinders. Vooral in de tropische landen worden mengsels gemaakt om bepaalde bijzondere soorten te lokken.
Het zogenaamde 'smeer' is een alcoholisch mengsel met als belangrijkste bestanddelen gistend alcohol en vruchtmoes, bijvoorbeeld appelmoes, perenmoes of rottende bananen. |
Het is belangrijk om voldoende smeer te maken, ruim op tijd voor het smeerseizoen, waarbij het mengsel de tijd heeft goed te gisten.
Wanneer het mengsel gereed is, en het weer optimaal is om te gaan smeren, doe dit dan vóór de schemering op het liefst ruwe bomen, en de bomen vervolgens controleren vlak na de scherming.
Het is gebruikelijk om te smeren in het voor- en najaar. Met name dan, wanneer het aantal bloeiende nectarplanten lager is dan voorheen, zullen vele soorten zich wijden tot het stroop. Op microgebied zijn er in het voorjaar met name enkele Oecophoriden en Gracillariden die zich met het mengsel voeden, in het najaar lijken de Pyraliden te profiteren van het mengsel. Eveneens kunnen op rottend fruit ook bijzondere soorten worden waargenomen. |
|
Figuur 2. Rottend fruit en smeer trekt o.a. Emmelina monodactyla aan (foto H. Frankot). |
Goede ogen: rupsen zoeken
Waar vlinders zijn, zijn vaak ook rupsen. Of dit een juiste beredenering is, is maar de vraag. Het is opmerkelijk dat op plekken waar soms de adult nog nooit is waargenomen, wel rupsen worden gevonden. Een kwestie van het inventariseren op de juiste manier tijdens de juiste omstandigheden.
Het vinden van rupsen is soms zorgvuldig werk, door te letten op de juiste waardplanten en een vraatbeeld.
Elke soort heeft een andere manier van leven. Wanneer deze leeft op een waardplant, in plaats van in stengels, zijn sommige rupsen gemakkelijk te detecteren aan de hand van 'kloppen'.
Men spant onder de waardplant een doek of paraplu, waarna er snel en hard op de takken getikt wordt. De rupsen laten zich uit verdediging vallen op de grond. In dit geval komt de rups niet veilig in de vegatie terecht, om zo de belager slim af te zijn, maar komt op het doek terecht. Men kan de rups hierna determineren of indien dit niet goed mogelijk is: opkweken.
Bij het zoeken naar rupsen in stengels is vooral belangrijk te letten op het vraatbeeld, zoals verdikkingen in de steel, kleine uitkruipgaten, kleine spinsels of uitwerpselen.
Vangbenodigdheden, bewaren en verzamelen
Zorgvuldig inventariseren, op welke plek dan ook, kan niet zonder het benodigde materiaal zoals vangnet en enige vangpotjes. Het is handig om aangetoffen exemplaren van naderbij te bekijken. Als u vlinders of rupsen in een potje mee naar huis wilt nemen voor determinatie of fotografie, zorg dan vooral voor voldoende ruimte in het potje en dat de rups of vlinder zich niet kan beschadigen, waardoor kenmerken zullen verdwijnen.
Determineren in het veld vind tegenwoordig weinig meer plaats, veel moet achteraf gebeuren. Het is altijd verstandig om lastig te determineren of mogelijk zeldzame soorten te bewaren voor nadere determinatie, of bevestiging van (soortgroep)specialisten. Omdat het lastig te bepalen is welke soort het betreft is het gebruikelijk onbekende exemplaren mee te nemen. De vlinders met name kunnen in de koelkast gezet worden voor maximaal zeven dagen tijd, in de tussentijd kan aan de hand van een foto bepaald worden of het exemplaar wel of niet bewaard moet worden. Het bewaren van micro's gaat anders dan de meeste macro's. Spanners en micro's hebben geregeld voedsel nodig, waarbij u enkele planten zoals zuring in het potje kunt doen, die voor voldoende vocht zorgen. Het is waargenomen dat micro's zonder voedsel maar een dag kunnen leven in gevangenschap, terwijl dezelfde soorten met voldoende vocht wel een week of zelfs langer blijven leven. Vooral kleinere soorten zoals mineerders zijn erg kwetsbaar en zonder voedsel leven zij slechts enkele uren.
Vangmateriaal toegelicht
Er zijn in feite drie soorten vangnetten, zogenaamde sleepnetten, macronetten en micronetten.
In de handel zijn meestal netten verkrijgbaar met erg dun gaas, die gebruikt kunnen worden voor zowel macro- en microlepidoptera. U kunt ze ook zelf maken, met materiaal zoals horgaas of gordijnstof. Dit materiaal is doorgaans erg kwetsbaar, maar goedkoop.
Sleepnetten zijn in feite hetzelfde, maar steviger. Echte sleepnetten worden bij een entomologische speciaalzaak samen geleverd met een sleephoes, een stevige hoes die om het vangnet geschoven kan worden en het net voor beschadiging behoedt.
Verscheidene netten zijn inklapbaar en kunnen heel gemakkelijk mee genomen worden in bijvoorbeeld een rugtas.
Microlepidoptera bestaan onder andere uit een groep van talloze bijzonder kleine vlinders, de kleine vertegenwoordigers komen met name uit de families van de Nepticulidae en Gracillaridae.
Deze vlinders hebben vaak een kenmerkende franje, daarnaast is ook de vleugeltekening van belang. Gezien het formaat zijn deze vlinders erg kwetsbaar.
Vangpotjes moeten van goed materiaal zijn om geen beschadigingen te veroorzaken bij deze vlinders.
Het grootste probleem hierbij is:
- te hoge vochtigheid, er vormt zich condens waardoor vleugels blijven plakken aan het glas of plastic;
- het materiaal is van plastic, er is een statische electriciteit aanwezig waardoor schubben en franje blijven steken tegen het materiaal. Dit wordt vaak waargenomen bij plastic'en fotorolletjes-potjes.
Feromonen
Feromonen of sekslokstoffen zijn soortspecifiek en trekken mannetjes aan. Er worden feromoonpreparaten verkocht
die bestaan uit een chemische samenstelling waarmee de lokstof zowat overeenkomt met de werkelijke lokstof die het wijfje afscheidt. Zij zijn verkrijgbaar in kleine rubberdopjes of buisjes en de chemische stoffen worden in werking gesteld zodra deze in de warmte gezet worden.
Het is goed om deze feromoonpreparaten tijdens goed weer op te hangen, zonder al te veel wind. U kunt het beste deze preparaten in de gaten houden omdat mannelijke vlinders vaak maar kort rond het preparaat vliegen.
Over het algemeen worden dergelijke preparaten gebruikt om pestsoorten te constateren, ook worden ze met regelmaat gebruikt door personen die onderzoek verrichten op gebied van wespvlinders (Sesiidae), maar ook voor microlepidoptera zijn er preparaten verkrijgbaar, vooral van Tortricidae en Crambidae.
Het is ook goed mogelijk met maagdelijke wijfjes mannetjes te lokken.