 |
| Microlepidoptera |
 |
 |
Nederland telt in totaal ongeveer 2300 vlindersoorten, waarvan ongeveer 60 soorten dagvlinders, 900 soorten macronachtvlinders en ruim 1480 inheemse soorten microvlinders. Microvlinders, ofwel microlepidoptera, zijn doorgaans kleiner dan macronachtvlinders en door ontbreken van beschikbaar vergelijkend fotomateriaal en platen van genitalia vaak ook moeilijker te determineren.
De microlepidoptera krijgen daardoor over het algemeen minder aandacht.
Van veel soorten microlepidoptera is bovendien nog zeer weinig bekend over de biologie, ecologie (zoals bijvoorbeeld habitat- en klimaatvoorkeur, waardplanten, overlevingsstrategieën) en het voorkomen van de soorten in Nederland. Het bestuderen van de microlepidoptera is echter zeer nuttig en bovenal interessant.
De fauna is constant in beweging: door de veranderende klimaat- omstandigheden worden steeds meer nieuwe soorten, oprukkend uit omliggende buurlanden, in Nederland ontdekt. Veel soorten zijn specialistisch (leven van slechts één plantengenus of plantensoort) waardoor inventarisatie van microlepidoptera vaak een zeer duidelijk beeld kan geven van de plaatselijke flora. Dit kan door te slepen, met licht te werken of rupsen te zoeken. Het kan dus soms zo zijn, dat microvlinders belangrijke graadmeters zijn om de biodiversiteit van een gebied wat beter in kaart te krijgen.
|
|

Het brandnetelmotje, Anthophila fabriciana (foto: B. Pijs) |
Daarnaast zijn veel soorten schaars tot zeldzaam, vaak vanwege de zeldzaamheid van hun waardplant en de specifieke eisen die de vlinders aan hun biotoop en klimaat stellen.
Informatie over waardplantkeuze, levenswijze en verspreiding kan daarom belangrijk zijn om kwetsbare populaties te kunnen beschermen door het aanpassen van plaatselijk natuurbeheer.
Andere soorten kunnen weer massaal voorkomen of kunnen zelfs een plaag vormen in tuinen en kassen. Te denken valt aan Phyllonorycter leucographella (vrij nieuwe soort en soms talrijk minerend op o.a. vuurdoorn in tuinen), Argyresthia trifasciella (aantasting door rupsen op verschillende soorten coniferen) en het anjermotje of Cacoecimorpha pronubana (een bladroller, schadelijk voor de anjerteelt met name in het zuiden van ons land). Deze soorten zijn vaak bekend bij mensen die nog niet zoveel ervaring met de soorten hebben. Typische voorbeelden van micro's zijn natuurlijk het muntvlindertje, de langsprietmotten en enkele "t-bone" vedermotten.
Microlepidoptera zijn zeker niet onzichtbaar voor de gemiddelde natuurliefhebber. Veel microlepidoptera zijn schitterend van tekening en kleur, vliegen overdag en worden regelmatig in het veld waargenomen. Door middel van het doorgeven van waarnemingen van microlepidoptera door natuurliefhebbers kan, net zoals voor dagvlinders en macronachtvlinders of andere groepen, meer informatie verkregen worden over de verspreiding van microlepidoptera in Nederland. Het nadeel is dat deze micro's lastiger te determineren zijn dan de gemiddelde macrovlinders. Bovenal is het ook zeer nuttig extra op soorten te letten, want informatie over de ontwikkelingsstadia en het gedrag van soorten is soms maar schaars.
|
|
|