3 januari 2012
2002-2012:
Een terugblik op tien jaar vol historie
 


Al langer dan vandaag kijken mensen in Nederland naar micro's. Niet alleen tien jaar geleden, maar ook al in de voorgaande eeuwen. Het onderzoek in de vorige eeuwen was vrij stabiel. De laatste tien jaar spant hier de kroon: zij staat bol van revolutionaire ontwikkelingen. Een moment om terug te blikken.


2000:
Over onze schouders kijken we terug naar de jaren en de grote veranderingen beginnen na de eeuwwisseling. De publicatie van het 'oranje boek', de Geannoteerde Naamlijst (1999), was een mooi uitgave die een beeld gaf van alle in Nederland voorkomende soorten.
Het millennium verliep zonder te veel veranderingen, behalve dan, dat er spanningen waren op het gebied van de vlinderdata. Nederland kende één stichting, TINEA, waar alle data werd ondergebracht, bestaande uit alle Nederlandse onderzoekers. Een aantal vlinderaars pleitten naar de traditionele publicatie van de "Jaarlijst", de jaarlijkse rapportage van bijzondere waarnemingen. De onderzoekers konden steeds minder rekenen op de steun van TINEA. Mede daarom, dat in de jaren 90 al weinig rapportages werden gedaan en slechts twee auteurs het werk verrichten: K.J. Huisman en J.C. Koster.

2001:
De kloof tussen de beide "groepen" wordt groter en dreigt te escaleren. In dit jaar wordt de laatste jaarlijst van de oude variant, met steun van stichting TINEA, gepubliceerd. Er is al een achterstand van twee jaar, de jaarlijst gaat over het jaar 1999 en S. Ulenberg en E.J. van Nieukerken versterken het auteurschap. Het zal drie jaar duren voordat er een volgende lijst verschijnt.
In dit jaar krijgen de Nederlandse macrovlinders die nog geen Nederlandse naam hadden een naam vanuit de Vlinderstichting (het "rode boekje").

Begin van de tien jaar - 2002:

Voorjaar: De verzuiling en versnippering in Nederland
De grote veranderingen vinden plaats in het eind van 2001. In het voorjaar van 2002 hebben rechtzaken rondom de stichting TINEA (sinds 1986) er voor gezorgd dat er een grote kloof is ontstaan tussen twee partijen in Nederland. De interne strijd binnen Tinea over het eigendom van het microlepidoptera-deel van de database heeft ertoe geleid dat drie bestuursleden zijn opgestapt. J.H. Kuchlein, als één van de bestuursleden, meent dat dit deel vande database zijn eigendom is ten behoeve van zijn onderzoek. Alleen zij die data leveren aan de stichting mag een beroep doen op de data. De overige drie bestuursleden zijn van mening dat ook dit deel eigendom is van Tinea en dat de gegevens zonder beperking beschikbaar zijn voor elke serieuze onderzoeker.

Juni: Werkgroep Vlinderfaunistiek
De andere drie bestuursleden verlaten TINEA en met slechts hun eigen waarnemingen en gegevens uit literatuur en collecties wordt een schone lei gestart. Een nieuwe werkgroep, onder de vlag van EIS-Nederland, wordt opgericht en krijgt de naam Werkgroep Vlinderfaunistiek. De waarnemingen van de macro's worden ingebouwd en blijven náást de micro-data een plaats in de databank.
W.N. Ellis wordt beheerder en doopt de databank met de naam "Noctua".
De werkgroep wordt gesteund en vormt een samenwerkingsverband met de Vlinderstichting.

De stichting TINEA gaat zelfstandig verder, zij wordt geleid door J.H. Kuchlein en de databank wordt van Ellis overgedragen naar de metgezel van Kuchlein. De min of meer eenmansstichting blijft ondanks lid van het landelijke Veldonderzoek Flora en Fauna (VOFF).

Najaar: VlinderNET
Voor het eerst wordt VlinderNET gelanceerd, in korte tijd het eerste product van de Werkgroep Vlinderfaunistiek, in samenwerking met de Vlinderstichting. Het millenium staat vooral in teken van de digitale fotografie en internet, nu is er eindelijk óók een digitale bron voor handen. H. Klein-Schiphorst maakte hiervoor honderden museumfoto's in het Zoölogisch Museum te Amsterdam. VlinderNET bevatte slechts de macro's, het zou nog zes jaar duren voordat er een digitaal overzicht van de micro's zou ontstaan.

Razowski's Tortricidae of Europe - deel 1
Het oude boekje over de bladrollers van centraal Europa (Wickler Mitteleuropas) was voor de beginner haast onmogelijk om te bemachtigen. Het nieuwe bladrollerboek bood houvast voor zij die in Nederland en België dringend op zoek waren naar een fraai determinatiewerk voor de bladrollers - Tortricidae.

2003:

Digitalisering

Op het gebied van de microvlinders blijft het in dit jaar tamelijk stil. Het is een goed trekvlinderjaar. Het beschermen van vlinders wordt steeds meer een hot item en in dit jaar begint de digitale revolutie echt zolen aan de dijk te zetten.
In dit jaar wordt Natuur.forum West-Vlaanderen opgericht, een natuurforum die later een vlinderforum krijgt en zorgt voor een grote animo.

Ook verscheen er een website met foto's van microvlinders genaamd Gardensafari, door de familie Arentsen, die houvast bood voor vlinderaars die micro's wilden determineren.

Ook de website van Stichting TINEA kreeg een website, met foto's van F.A. Bink en de naamlijst gebaseerd op de Geannoteerde Naamlijst.

TINEA Nederland
In dit jaar werd de eerste TINEA Nederland, een uitgave van de stichting TINEA, gepubliceerd.

Razowski's Tortricidae of Europe - deel 2
Het tweede deel, met de Olethreutidae behandeld in het bladrollerboek bood elke nieuwkomer steeds meer grip op de herkenning van de bladrollers.

2004:

Vernieuwde jaarlijst
In dit jaar wordt de jaarlijst van de nieuwe variant gepubliceerd, met een nieuwe titel "Microlepidoptera in Nederland". In de tekst "We combineren nu de jaren 2001 en 2002 om de achterstandenigszins in te halen." Huisman blijft in de rol als leidende auteur.
Opvallend in deze lijst is de eerste vermelding van de Werkgroep Vlinderfaunistiek en het boek "De Kleine Vlinders" wordt hier niet als Kuchlein maar als Kuchlein & Donner gerefereerd.

Dit indiceert het protest tegen het verleden, waar men nog steeds niet overheen is. Het boek "De Kleine Vlinders" werd geschreven door meerdere auteurs, een aantal betrokken bij de oude situatie van stichting TINEA, maar het geheel werd samengesteld door Kuchlein die zichzelf vervolgens als centrale auteur meldde. In feite mag men de auteur hier slechts als editor van het boekwerk beschouwen, als verzet is hier J.H. Donner als tweede auteur vermeld omdat hij ook zeer veel werk verricht heeft. Ter ere van de achtergestelde auteurs wordt de referentie tegenwoordig ook wel Kuchlein et al. ("en de rest") genoemd.

Bladmineerders.nl
W.N. Ellis richtte de website "Bladmineerders" op, met handige tabellen en beschrijvingen waarmee beginners en gevordenen tegenwoordig zonder al te veel boeken ook bladminerende micro's op naam konden brengen. Eerst te vinden op http://www.xs4all.nl/~wnellis maar later ook op het domein bladmineerders.nl.
Tegenwoordig is dit één van de grote monumentale websites binnen het genre.

Zakdragers
Niet onbelangrijk is de "vergeten" groep van de zakdragers (Psychidae). Kuchlein heeft de familie niet in "De Kleine Vlinders" opgenomen omdat hij van mening was dat deze groep niet tot de micro's behoorde, uit de samenwerking valt op te maken dat deze indeling niet door feiten is onderbouwd, maar slechts de mening dat hij de familie nooit interessant heeft bevonden. In de jaren 80 was het vooral C. Gielis, tegenwoordig gespecialiseerd in de vedermotten (Pterophoridae), die zich ging interesseren in zakdragers. Deze interesse wist hij over te brengen op H. ten Holt die vervolgens op het Natuur.forum West-Vlaanderen als binnen de secties Ter Haar en Snellen aandacht schonk aan de soorten. Ook in Nederland keek men ineens veel naar zakdragers. Op internet waren in die tijd haast geen foto's te vinden van de soorten.

Nederlandse forum
Ook de Vlinderstichting had een forum, waar micro's steeds vaker gedetermineerd werden. Helaas werd dit forum meerdere malen gehackt.

Fauna Europaea
E.J. van Nieukerken kreeg een steeds grotere rol als hoofdeditor binnen de Europese website van Fauna Europaea. De wetenschappelijke namen van de in Nederland voorkomende soorten zouden vanaf nu Europees worden bepaald.
Tot op heden is dit nog de bron van de hedendaagse nomenclatuur.

2005:

Waarneming.nl
De invoerportaal van Waarneming.nl bestond al eerder, maar toen gericht op vogelwaarnemingen. Vlinderwaarnemingen kregen hun plaats en het forum werd een plaats waar microvlinders werden gedetermineerd.

Juli: Eerste NachtvlinderNacht
In het buitenland (Verenigd Koninkrijk) bestond het al, de Nationale NachtvlinderNacht. Op 1 juli werd deze activiteit voor het eerst gelanceerd.

November: Overlijden Langohr
Een bekende onderzoeker van Nederlandse bodem was de heer G.R. Langohr. Hij overleed deze maand. Ook internationaal was Langohr van grote betekenis geweest, zo specialiseerde hij zich in de oermotten (Micropterigidae). Hij leverde de grootste bijdrage aan verzamelde dieren aan de nationale collectie.

2006:

Maart: Ontwikkelingen website
K.J. Huisman en J.C. Koster organiseren in het voorjaar een cursus voor de lastige soorten uit het genus Agonopterix: de platlijfjes. Hiervoor hebben zij de Engelse tabel (uit de "witte serie: MBGBI") vertaald naar het Nederlands.

April: Lezing micro's Friese werkgroep
Ook in het noorden van het land was het nachtvlinderen al een aantal jaren "goed" aan de gang. Met name zorgde G. Tuinstra voor een goede impuls om ook naar de microvlinders te kijken, door in april van dit jaar een fraaie presentatie over micro's te houden.

April: Website van Snellen & Werkgroep Vlinderfaunistiek
Terwijl overal websites verschijnen heeft Nederland geen website voor microvlinders. Snellen doet een oproep, met de vraag of iemand bereid is een website te maken. Antwoord blijft maandenlang uit.

Oktober: Jubileum Sectie Snellen
(25 jaar)
Tijdens de bijeenkomst van de sectie Snellen (onderdeel van de N.E.V.) werd op 28 oktober een feestelijke bijeenkomst gehouden. Pepermuntdoosjes met het logo van de sectie (een lijntekening van J.C. Koster) werden verspreid. De sectie werd in 1981 opgericht door Kuchlein en Huisman, die na 2002 los van elkaar opereerden.

TINEA Nederland
In dit jaar werd de laatste TINEA Nederland (sinds 2003), van de stichting TINEA gepubliceerd.

Verschijnen NACHTVLINDERS (Waring & Townsend)
Een mijlpaal is het werk Nachtvlinders, een vertaling uit het Engels, door de Vlinderstichting. Zowel de nachtvlindernachten als deze veldgids wakkeren de animo voor nachtvlinders - en dus ook micro's - aan.

2007:

Juni: Ontwikkelingen website
Snellen krijgt het aanbod om mee te werken aan een websiteproject. Dit websiteproject zou eerst deel uitmaken van Leps.nl (een Nederlandse macrowebsite) maar krijgt uiteindelijk een eigen domein: Microlepidoptera.nl.

Juli: Eerste excursie Microlepidoptera
Samen met B. Haasnoot en W. Moerland wordt een mini-excursie georganiseerd voor microvlinders, met name om tijdens de excursie foto's te maken van de waargenomen soorten voor het websiteproject. Locatie: duinen Zuid-Holland.

Juli: Overlijden Bob van Aartsen
Een jaar eerder kwam hij nog naar de sectie, deze zomer werd Van Aartsen pijnlijk gemist. Voor het onderzoek in Nederland was Van Aartsen van grote waarde, zo deed hij zeer veel (indrukwekkende) waarnemingen en liet hij een prachtige collectie achter. Ook zijn veldkennis mocht niet onderschat worden. Buitengewoon breed geörienteerd binnen de entomologie.

Oktober: Snellen kampt met ledenverlies
Zowel Ter Haar, maar vooral de sectie Snellen kampt met de "vergrijzing" en ledenverlies. Ze doet een oproep om cursussen te geven om zo nieuwe enthousiastelingen te wekken: uitnodigingen gaan ook naar de sectie Ter Haar.

November: Overeenkomst nieuw project
In het najaar gaan S. Corver & T. Muus met de Werkgroep Vlinderfaunistiek rond de tafel en een overeenkomst wordt gesloten voor het project. Later volgt ook een overeenkomst met de Vlinderstichting. Beide initiatiefnemers hebben slechts een jaar ervaring met microvlinders en beginnen met ongeveer 20 foto's.
Met subsidie vanuit het UES en Naturalis is het mogelijk de komende jaren betere foto's te nemen, omdat zo betere fotografie instrumenten kunnen worden gekocht.

2008:

Maart: Landelijke vlinderdag & Snellen mét website
Op de landelijke vlinderdag van de Vlinderstichting werd een nieuw websiteproject gepresenteerd met een informatietafel, ook bij de voorjaarsbijeenkomst van Snellen werd verteld over een nieuwe website: oproep, wie draagt bij?

Juni: Microlepidoptera.nl lancering
In juni werd deze website openbaar gemaakt. Het veelgebruikte boek in Nederland was "De Kleine Vlinders" met daarnaast "Microlepidoptera of Europe (Parenti, 2000)". Voor het eerst werd een actueel overzicht van de soorten gegeven. Het project wordt niet gefinancieerd.

Juli: 2e excursie Microlepidoptera
Met diverse Leidense studenten wordt een tweede, of eigenlijk de eerste echte excursie georganiseerd gericht op micro's in de Zuid-Hollandse duinen.

Augustus: Nationalnyckeln till Sveriges Flora och Fauna (Lepidoptera: Micropterigidae – Psychidae)
Als aanvulling op de Britse werken is dit boek een prachtig determinatiewerk, alleen buitengewoon jammer van de Zweedse taal: maar het is dan ook vooral geschreven voor de Zweden.

September: Buxusmot
Een grote hype wordt de buxusmot (Cydalima perspectalis) die opduikt in Boskoop en spoedig zal uitbreiden. Vooral een reden om voor de voormalige Plantenziektenkundige Dienst extra persberichten over deze micro te verspreiden.

Oktober: Nederlandse namen
Binnen Snellen wordt het idee gedaan om Nederlandse (triviale) namen te bedenken voor de Nederlandse micro's. Het project werd gestart door J. Zwier, maar kwam nooit van de grond. Diverse leden zijn tegen, onder meer J. Kuchlein vanuit stichting TINEA. Aan het eind van 2008 wordt een team samengesteld en volgt een inventarisatie van de al bestaande Nederlandse namen.

November: Kleine Vlinders.nl
De nieuwe website van de stichting TINEA wordt officieel gepresenteerd.
Hiervoor is financiëel gebruik gemaakt van het VSB Fonds & Prins Bernard Cultuurfonds. Twee maanden hiervoor, na de lancering van Microlepidoptera, werd er fraude gepleegd omdat delen van de layout waren overgenomen. Dit maakt dat het een reactie is op de andere website, erg waarschijnlijk. De website bevat handige tabellen en vele bruikbare museumfoto's.

2009:

Mei: Stippelmotplaag
De maanden mei en juni staan in het teken van de spinsels van de stippelmotten, die de pers haalden, zo ook Dumpert c.q. GeenStijl - met hilarische beelden.

Juli: 3e "landelijke excursie micro's" Microlepidoptera
De jaarlijkse excursie krijgt een meer landelijk karakter en daarom is een grotere accommodatie noodzakelijk: locatie Meinweg. Met deelnemers van heinde en ver.
De activiteit is gesteund door een financiele bijdrage van het UES.

Augustus: Waarneming.nl overeenkomst met W.V.F.
Een overeenkomst tussen invoerportaal Waarneming.nl en de Werkgroep Vlinderfaunistiek maakt het mogelijk om in dit jaar al 37.000 waarnemingen op te halen, die in te zetten zijn voor de verspreidingsgegevens van de toekomst. De waarnemingen komen onder andere op Microlepidoptera.

Oktober: Overlijden Jan Lucas
In oktober overleed J.A.W. Lucas, een bekende vlinderaar uit de provincie Zuid-Holland, die ook veel betekent heeft voor de microlepidopterologie in Nederland.

December: Verschijnen twee naamlijsten
In oktober de presentatie van de naamlijst, zoals deze ontwikkeld is. Publicatie volgt onder de vlag van de Nederlandse Entomologische Vereniging, in samenwerking met de Taalunie. De publicatie is deels nog in de conceptfase, zodat de gebruiker de mogelijkheid krijgt te reageren op de namen. Tijdens de bijeenkomst meldt J. Kuchlein ook een lijst te hebben, waarbij vanuit de naamlijstcommissie gevraagd wordt voor een samenwerking. Reactie blijft uit en twee weken na de publicatie verschijnt ook een tweede lijst, vanuit stichting TINEA. Dit is meteen een officiële lijst waar geen mogelijkheid bestond, om er op te reageren. Achteraf schijnt de tweede naamlijst in opdracht van de overheid te zijn uitgevoerd, dit bleek achteraf niet waar, bovendien is de timing bijzonder.

Het initiatief van de Nederlandse namen had als doel om het onderzoek naar microvlinders in Nederland weer te bundelen, maar wederom treedt hier versnippering op.

Vlaamse werkgroep voor Bladmineerders
In België wordt onder de Vlaamse vereniging voor entomologie, Phegea, een bladmineerderwerkgroep opgericht. S. Wullaert, C. Snyers en G. de Prins zorgen voor veel nieuwe enthousiaste (Vlaamse) onderzoekers.
Waarnemingen.be speelt hierin een rol: veel micro's worden nu geregistreerd en de Belgische catalogus die de verspreiding in kaart brengt lijkt de snelheid haast niet meer bij te kunnen houden.

2010:

DNA Barcoding
In de voorgaande jaren werd het barcoderen van DNA een rage bij nationale musea en universiteiten wereldwijd. Ook het NCB Naturalis startte met deze ontwikkeling en in de komende jaren zouden al tientallen soorten in kaart worden gebracht aan de hand van hun DNA profiel.

Maart: Identification Keys to the Microlepidoptera of The Netherlands
Na de uitgave van "De Kleine Vlinders" verschijnt een prachtig determinatiewerk over de Nederlandse micro's, door J. Kuchlein & L. Bot. Hierin zijn ook de onjuiste Nederlandse namen opgenomen, wat binnen de kring van vlinderaars stuit om verwarring. Als men de kritische noten voor lief neemt, dan blijft het werk nuttig voor de 'sleutelaar'.

Juli: 4e "landelijke excursie" Schiermonnikoog
Een grote groep vertegenwoordigt de vierde excursie georganiseerd vanuit Microlepidoptera op het Friese Schiermonnikoog. Hier wordt tevens een nieuwe soort voor ons land ontdekt.

Snellen met 'groen bloed'
Steeds meer nieuwe leden treden toe bij de sectie Snellen, waardoor de sectie weer lijkt te groeien. Ook de bijeenkomsten worden moderner en gevariëerder.

2011:

Januari: Bescherming, trends
Verspreidingsgegevens worden steeds vaker ingezet om ook lokaal microvlinders te beschermen. Microlepidoptera heeft een trendvisie getracht op te zetten, waarbij de toe- en afname zal worden weergegeven. De Werkgroep Vlinderfaunistiek zal in de loop van 2011 de mogelijkheden om trends te bekijken verder ontwikkelen.

Maart: Beloning voor Jacques Wolschrijn
Wolschrijn is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, door zijn geweldige verzamelactiviteiten en waardevolle betekenis voor de Nederlandse lepidopterologie.

Juli: 5e "landelijke excursie" Kop van Overijssel
Wederom een excursie, dit maal bij de Weerribben en de westelijke zijde van het Drents plateau. Bijzondere microvlinders werden, ook dit jaar weer, opgemerkt.

2012 - Tien jaar later

Terugblik

In de laatste tien jaar zien we drastische, revolutionale ontwikkelingen op het gebied van de "nachtvlinderologie". In het speciaal hier de microvlinders.
De kern van verandering ligt in de periode 2004-2006. Mede door de activiteiten van onze collega's bij de Vlinderstichting heeft de Nederland geleerd om nachtvlinders te behandelen als "nachtvlinder" in plaats van een "grijze mot".
Niet alles is koek-en-ei, zo zien we in het begin van de terugblik de Nederlandse "microlepidopterologie" in tweëen splitsen - een situatie die tot op heden verankerd blijft in elk die zich in deze hobby begeeft.

2012: verwachtingen

We kunnen vrolijk kijken naar de toekomst, maar als we aan het einde van 2012 terugblikken op het jaar dan zouden we best eens pessimistisch kunnen zijn. Gelukkig blijven er ook altijd positieve punten!

Natuurwet
Vooral de ontwikkelingen in de regering leiden tot frustraties bij ieder die met hart en ziel verbonden is aan de natuur. De nieuwste Natuurwet zal wel eens roet in het eten kunnen gooien, een natuurgebied die vergrast of blauwgraslanden die haast niet meer gemaaid kunnen worden - dat leidt tot de achteruitgang van vele soorten micro's die nu erg lokaal te vinden zijn. Denk aan bepaalde zeldzame langsprietmotten, bladrollers, prachtmotten en vedermotten.

6e excursie
Dit jaar zal de excursie voor de microvlinders plaatsvinden in de Brabantse Kempen, nabij de Belgische grens.

25 jaar Jubileum van de Jaarlijst
Een moment om stil te staan bij de Jaarlijst, deze heeft ruim 25 jaar een grote rol gespeeld. Blijft de Jaarlijst bestaan? Zal er ooit een "Microlepidoptera in Nederland - 2012" in Entomologische Berichten verschijnen?

Veldgids Micro's
Aan de andere kant van Het Kanaal werken onze Britse collega's aan een schitterend boekwerk over de microvlinders, die zeker nuttig is voor elk van ons.

Versnippering
De warboel binnen het onderzoek naar microvlinders lijkt opnieuw plaats te vinden, in tijden dat twee websites en twee organisaties elkaar net goed leken aan te vullen. De stichting TINEA blijft haar eigen Nederlandse namen verspreiden, wat vooral voor de beginners erg lastig blijft. Het is niet onvermijdelijk dat dit jaar ook weer snel geschreven monografiëen verschijnen - met o.a. het gewone breedbladwilgdwergmotje en het grijs smalbladwilgvouwmijnmotje.

DNA barcoding zet door
Dit jaar zullen ook opnieuw vele Nederlandse soorten in kaart worden gebracht, op basis van het DNA profiel, waardoor wij puzzel bij puzzel elke soort in ons land wat beter leren kennen.


 

 

 
© All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.