| Ectoedemia louisella (Sircom, 1849) geen Nederlandse naam |
|

Ectoedemia louisella wordt het gemakkelijkste gevonden als zij mineert in de zaden van de waardplant. Zij wordt gerekend tot de familie van de dwergmineermotten (Nepticulidae). De vlinder is zeer klein, met een oranje kopbeharing en twee wittige oogkleppen. De vleugels zijn zwartachtig met een paarsachtige gloed, met drie dwarsbanden en een vrij lichte franje. Zij vliegen in Nederland waarschijnlijk in april en mei, vervolgens weer in de nazomer. De vlinders zijn soms moeilijk van andere soorten te onderscheiden, genitaliënonderzoek is dus sterk aanbevolen.
De vlinders van deze soort worden bijna niet gevangen. De soort werd pas enkele jaren terug ontdekt in ons land op basis van de vraatgangen van de rupsen op zaden van spaanse aak (Acer campestre).
In België werd de soort recentelijk ook gevonden, in Nederland wordt de soort vaker ontdekt. Het hoofdzakelijke verspreidingsgebied ligt in de provincies Zuid-Limburg en Gelderland. Recentelijk werd zij ook gevonden in Zuid-Holland (Broekpolder, 25.ix.2008, B. van As).
Het ei wordt afgezet op de vleugel van een esdoornvrucht. De larve maakt een kort oppervlakkig gangetje (soms is alleen maar het ei te zien) in de richting van het zaad, dat uiteindelijk wordt leeggevreten. Aangetaste vruchten blijven aan de plant (Ellis, 2005a). In juni en juli vindt deze mineerwijze plaats, in september gedurende bladmineerderexcursies kan deze soort gevonden worden als men let op de oude zaden van spaanse aak. De mijnen zijn dan sterk verbruind en gemakkelijk te vinden.
Zie hiervoor de afbeelding met de mijn aangegeven.
Denkt u de soort gevonden te hebben? U bent vrij de waarneming aan ons door te geven via het algemene contact- adres, info_at_microlepidoptera.nl.
|
|
|
Verantwoording: achtergrondfoto met spaanse aak
door Marc Budding, de mijnen werden gefotografeerd door Chris Snyers.
|