| Ectoedemia quinquella (Bedell, 1848) |
|

Ectoedemia quinquella wordt het makkelijkst gevonden als rups. De vlinder wordt nauwelijks gezien. De mijnen van E. quinquella zijn te vinden vanaf eind oktober en in november, waarschijnlijk tot begin december. De mijnen worden het meest gevonden in groene eilanden in gevallen bladeren. Vaak op los staande bomen die sterk door de zon beschenen worden of in de kroon. De vlinder vliegt in juni tot begin juli en kan overdag gevonden worden op eikenstammen.
De soort is begin jaren 90 voor het eerst gevonden op de Sint Pietersberg, later ook de Bemelerberg, op kalkgraslanden. Na 2000 heeft de soort zich als gevolg van zachtere winters naar Midden- en Noord-Limburg, Achterhoek en de duinen van Voorne uitgebreid. Er is ook een waarneming uit Noord-Brabant. Alle vondsten betreffen mijnen, meestal met rupsen.
Ectoedemia quinquella is een van de best herkenbare mijnen op eik: een sterk gekronkelde gangmijn, met de windingen dicht bijeen en vaak wat hoekig, meestal ergens midden in of aan de rand van een blad, met de uitwerpselen in een centrale lijn, later wat dikker wordend en soms de hele mijn vullend; het ei ligt meestal op de onderkant van een blad. Er zitten vaak meer mijnen per blad. De rups is lichtgeel en bij jonge rupsen ligt er op elk segment een donkerbruin rond plakje. Deze plakjes verdwijnen geleidelijk gedurende het laatste stadium (en zijn dan vaak los in de mijn te vinden), waarna men duidelijke de ventrale zenuwstreng met de zenuwknopen kan zien. Op het borststuk is een vierkant donkerbruin tot zwart skleriet te zien.
Denkt u de soort gevonden te hebben? U bent vrij de waarneming aan ons door te geven via het algemene contact- adres, info_at_microlepidoptera.nl.
|
|
|
Tekst en foto: Erik van Nieukerken.
|