|
Phyllonorycter geniculella in Nederland
Een algemene soort in grote delen van ons land, ook in het noorden niet zeldzaam.
Herkenning
De adult vliegt in twee generaties, in juli en opnieuw in augustus (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985). De adult rust overdag op de bast van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus). De adult is te onderscheiden van P. acerifoliella, minerend op spaanse aak (Acer campestre) en P. platanoidella, minerend op noorse esdoorn (Acer platanoides) doordat de voorste dwarsband op de voorvleugel van P. geniculella veel meer in een punt over de voorvleugel loopt en de punt van de dwarsband de erachter gelegen band raakt, in tegenstelling tot de andere twee soorten waar de dwarsbanden veel meer gescheiden zijn.
Levenswijze 'biologie'
De larve maakt een onderzijdige vouwmijn, aan de bladrand of in het midden van het blad, op gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) (Emmet et al, 1985). Het ei wordt gelegd aan de onderzijde van het blad gelegd. De larven zijn te vinden in juli, en van september tot in oktober (Emmet et al, 1985).
De pop ligt gescheiden van de uitwerpselen in de bladmijn en is gehuld in een dun spinsel. De soort overwintert als pop in de mijn in afgevallen blad in de strooisellaag (Emmet et al, 1985).
De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl
Waardplanten of voedsel
Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) (Emmet et al., 1985a).
|
Waarnemingen van Phyllonorycter geniculella |
|
|