MUSEUMEXEMPLAAR

Geen foto's.

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
8-12 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeer zeldzaam
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
Microscopisch onderzoek vereist. Vlinders van deze soort zijn op uiterlijk niet of zeer lastig op naam te brengen.
Raadpleeg een specialist met het verzamelde of bewaarde dier.
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C.
 
LAATSTE AANPASSING
 
November 23, 2009, 4:19 pm
Familie: Elachistidae, grasmineermotten
 
 
wollegrasmineermot
Elachista kilmunella (Stainton, 1849)
 
Vliegtijddiagram
 
Er zijn momenteel geen extra afbeeldingen.
 

Elachista kilmunella in Nederland

Zeer zeldzaam in Nederland. Slechts enkele waarnemingen uit Nederland bekend. De soort is nieuw gemeld voor de fauna door Kuchlein (2004) op basis van drie exemplaren uit het Aamsveen (Twente). In 2003 is een vierde exemplaar gemeld in Hoog-Keppel, Het Heekenbroek (Gelderland) (Huisman et al. 2006).

Het is een soort van vochtige gebieden zoals hoog- en laagveen, waar de vermoedelijke waardplant, wollegras en veenpluis (Eriophorum sp.) groeit.

Herkenning

Elachista kilmunella behoort tot het bifasciella complex (Kaila, 1999a). De adult heeft een grijze kop en thorax. De palpen en antennae zijn grijs tot donkerbruin. De voorvleugels hebben een grijze grondkleur, met witte schubben aan de basis van de voorvleugel. Tevens een witte dwarsband ter hoogte van het midden en een doorbroken dwarsband op 3/4 van de voorvleugel. De ondervleugels hebben een bruingrijze grondkleur.

De soort is zeer gelijkend aan de andere soorten binnen het bifasciella complex (Kaila, 1999a). Alleen mannelijke exemplaren kunnen op basis van genitaal onderzoek zeker gedetermineerd worden. Voor wijfjes is dit niet mogelijk, vanwege de variatie van het vrouwelijk genitaal bij deze soort (Kaila, 1999a).

Levenswijze 'biologie'

De larve en pop zijn beschreven in Buhl et al (1991). De pop is egaal geel-bruin en bevestigt zich aan de verpoppingsplek met behulp van een enkele gordelband (Krogerus et al (1971) in Traugott-Olsen & Schmidt-Nielsen (1977a)).



De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Waardplanten of voedsel

Buhl et al (1991), tevens genoemd in Sruoga & Ivinskis (2005a), kweekte de soort inmiddels definitief uit Eriophorum vaginatum. Ook Kaila (1999a) bevestigt (Eriophorum sp.) als waardplant. Oudere literatuuropgaven melden tevens ook Carex spp. (Cyperaceae) (Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a) echter dit is onjuist en inmiddels achterhaald. De opgave voor Carex ligt vermoedelijk ten grondslag aan het feit dat andere, zeer gelijkende soorten binnen het bifasciella complex leven wel op Carex spp. (Cyperaceae), echter destijds werden alle soorten onder dit complex nog als een soort beschouwd.




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.