MUSEUMEXEMPLAAR

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
17-23 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
algemeen
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
Deze soort is goed herkenbaar voor de beginner, kans op verwarring is gering.
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Toename, soms al zeer talrijk.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Gielis, C. & Muus, T.S.T.
 
LAATSTE AANPASSING
 
September 24, 2012, 7:24 pm
Familie: Pterophoridae, vedermotten (subfamilie Platyptiliinae)
 
 
scherphoekvedermot
Amblyptilia acanthadactyla (Hübner, 1813)
 
Vliegtijddiagram
Adult (leg/det/foto: J. Schaffers, Doorwerth Gld, 4.x.2007)
 
 

Amblyptilia acanthadactyla in Nederland

Inmiddels door het hele land min of meer algemeen. Lokaal soms talrijk.
In de negentiende eeuw werd door Snellen (1882a) aangegeven dat A. acanthodactyla alleen in het zuidelijk deel van Nederland werd waargenomen. Later is de soort door onbekende factoren zeer weinig waargenomen. Maar de laatste tijd lijkt de soort sterk te zijn toegenomen. Tegenwoordig ook gevangen in Friesland en Drenthe, soms in hoge aantallen. In Friesland zijn bij Lippenhuizen in 2006 in oktober honderden exemplaren bijeen gezien bij heide (Muus).
Tevens binnen de N.E.V. sectie Snellen is de soort geregeld genoemd en blijkt dat A. acanthadactyla steeds meer wordt aangetroffen en nieuwe gebieden verovert.

Herkenning

Adult vliegt voornamelijk in de schemering maar kan overdag gemakkelijk worden opgejaagd. Komt ook goed op schemerlicht. Lijkt enigszins op P. gonodactyla, maar is veel donkerder van kleur en de vleugels ogen wat slanker. De kenmerkende v-vlek op de voorvleugel is tevens veel puntiger. De soort overwintert, en vliegt dan tot in mei. Exemplaren kunnen zowel binnenshuis als buitenshuis worden waargenomen. Buitenshuis o.a. in heidepollen (Calluna) soms in groepjes aan de basis van de plant. Waarschijnlijk is de generatie in het najaar groter, wat kan duiden op gezamelijke overwintering en door grote aantallen is de overlevingskans aldoor hoger.

Levenswijze 'biologie'

De eieren worden in de buurt van de bloemen afgezet of op de bladeren, die vervolgens na circa zes tot acht dagen uitkomen. Gielis (1996a) schrijft dat de rups leeft van de jonge bladeren en bloemen. Het is ook waargenomen dat de rupsen leven in zaden. Verpopping vindt plaats aan de onderzijde van de bladeren of tegen de oude bloem(rest)en. Er zijn tussen april en augustus mogelijk kleine overlappende generaties. Dit stadium duurt ongeveer tien tot twaalf dagen.

Waardplanten of voedsel

De rups is zeer polyfaag op lage planten. In het speciaal munt (Mentha spec.), salie (Salvia spec.), ogentroost (Euphrasia spec.), valse salie (Teucrium scorodonia), struikheide (Calluna vulgaris) (Hannemann, 1977a) en verschillende soorten Geranium.
Andere waardplanten zijn onder andere bosandoorn (Stachys sylvatica) (Frey, 1870a), geel stalkruid (Ononis natrix) (Gielis, 1996a), kruipend stalkruid (O. repens), kattedoorn (O. spinosa ), ogentroost (Euphrasia spec.), ganzenvoet (Chenopodium spec.), zilverdistel (Carlina sp.), veenbes (Vaccinium oxycoccus), steentijm (Calamintha nepeta), kattekruid (Nepeta spec), Jurinea spec. (Hannemann, 1977a), Echinacea purpurea (G. Sinnema, kweek) en harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata) (Muus, kweek).




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.